Een neptas van Gucci voor een schijntje van een straatventer in Pisa gekocht, maar twee weken later in de trein laten liggen? Een spotgoedkope “Prada”-Jack van een uitstapje naar Budapest meegebracht, maar al na drie keer wassen oogt hij als een vod? Het is uit het leven gegrepen. Toch zijn de kosten die met zo’n “verlies” gemoeid zijn miniem, als je ze vergelijkt met de letale gevolgen van gesjoemel met smeedijzeren wapens in de middeleeuwen. Want als een Noorman begin tiende eeuw midden in een schermpartij plotseling gewaar werd, dat zijn bij een Maastrichtse smid op de kop getikte “echte” Ulfberht-zwaard niet over de karakteristieke soepele hardheid van dit merk beschikte, haalden zijn verwensingen in het Oud-Noors waarschijnlijk niet meer zo veel uit. Het vermeende koopje kostte hem letterlijk zijn kop.